TOT IN DE DIEPTE



In sommige Japanse dancings is een nieuwe soort striptease gangbaar. Vrouwen openen er de lippen van hun geslacht op ooghoogte van de bezoekers, die meer willen weten over het ontstaan van de wereld. Het komt erop aan verder te kijken dan wat zich in utero afspeelt, terug te gaan in de tijd, het gemis te vergeten.
De foto is een stille, eenzame extase. Hij crekert de illusie te kunnen kijken naar wat men elders reeds heeft gezien. Hoe focussen op sex na Mapplethorpe, Warhol, Toscani en zovele anderen? Hoe dit verloren oord anders belichten dan via het beeld van een waterval, de impressie van een gaslamp?
Door het objectief zeer dicht te plaatsen, slaagt de Cugnac er vreemd genoeg in om afstand te scheppen. Hij vervreemdt ons van wat we denken reeds te hebben gezien, door middel van gigantische afdrukken die ons in piepkleine ruimtevaarders veranderen.
Op slag wordt de mysterieuze tempel een krater, een afgrond, een geiser, een inkeping, met daaromheen een woestijn van zwarte huid, bezaaid met vochtige rietstengels.
Vijg, mossel, oester, schijnwonde, ongewone grens tussen uiterlijk en innerlijk… Al die beelden worden bekrachtigd door esthetische referenties.
Zwart, donker, luguber, radicaal ijzig, met daarbinnen de echo van Soulages, Degottex, Fontana. De Cugnacs boeddhistische soberheid filtert onze blik, ontdoet hem van alle pornografie en doet ons dromen over het kosmische. Ontzetting en fascinatie voor de gapende opening; ultieme ontsluiering die enkel in leegte kan uitmonden. Dat is de spiegel die de Cugnac ons vanuit het diepste van zijn donkere kamer voorhoudt, terwijl hij vergeefs tracht “tot in de diepte” door te dringen.


Dothy SOLIMAN
sept. 2002

vertaald door Veerle Lindemans